In één zin
De hoogrisico-omschrijving die bijna iedereen bedoelt wanneer het over legal-AI gaat, knoopt aan bij de gerechtelijke autoriteit — niet bij advocatenwerk als zodanig; de meeste kantoorgereedschappen zijn daarom geen hoogrisicosystemen, maar kantoren belanden er wel degelijk langs een heel andere weg.
Wat bijlage III Nr. 8 lit. a werkelijk zegt
De hoogrisico-indeling van legal-AI wordt al maanden besproken, meestal zonder blik in de tekst. Bijlage III Nr. 8 lit. a van de AI-verordening — VO (EU) 2024/1689 — omvat AI-systemen die bedoeld zijn om door een gerechtelijke autoriteit of namens haar te worden gebruikt om die te ondersteunen bij het onderzoeken en uitleggen van feiten en van rechtsvoorschriften en bij het toepassen van het recht op concrete feiten; gelijkgesteld is het vergelijkbare gebruik in de alternatieve geschillenbeslechting.
Het woord „advocatenkantoor" komt daarin niet voor. Aanknopingspunt is de beslissende instantie, niet de juridische werkzaamheid: wie processtukken opstelt, ondersteunt een partij — niet de rechter. Triviaal is de afbakening niet: de grens met de alternatieve geschillenbeslechting is vloeiend en in geval van twijfel door een advocaat op te helderen.
De uitzonderingen van Art. 6 Abs. 3 — en hun prijs
Zelfs wanneer een systeem onder bijlage III valt, geldt het op grond van Art. 6 Abs. 3 niet als hoogrisico zolang er geen aanzienlijk risico voor gezondheid, veiligheid of grondrechten bestaat. Genoemd zijn vier gevalsgroepen:
- een eng begrensde procedurele taak — opmaak, classificatie, extractie;
- de verbetering van het resultaat van een eerder afgeronde menselijke werkzaamheid;
- de herkenning van beslissingspatronen of van afwijkingen daarvan, zonder de menselijke beoordeling te vervangen;
- een voorbereidende taak voor een beoordeling op grond van bijlage III.
Twee beperkingen horen erbij: verricht het systeem profilering van natuurlijke personen, dan blijft het hoogrisico. En wie zich daarop beroept, moet dat op grond van Art. 6 Abs. 4 documenteren — een motiveringsplicht, geen vrijbrief.
Waar kantoren toch in het hoogrisicogebied belanden
Het waarschijnlijkste geval heeft met legal tech niets te maken: bijlage III Nr. 4 omvat AI in arbeid en personeelsbeheer — sollicitaties filteren, sollicitanten beoordelen, vacatures uitspelen. Een kantoor dat zoiets voor de eigen werving inzet, is gebruiksverantwoordelijke van een hoogrisicosysteem en treffen de plichten uit Art. 26: gebruik volgens de instructie van de aanbieder, menselijk toezicht door geschikte personen, monitoring, logbestanden, informeren van de werknemers. Deze plichten zijn via de „Digital Omnibus" verschoven naar 2 december 2027 — uitstel is echter geen afstel.
Twee niveaus zijn daarvan onafhankelijk allang van toepassing: de transparantieplichten uit Art. 50 gelden sinds 2 augustus 2026 — wie met een AI omgaat, moet dat kunnen herkennen (meer daarover). En Art. 4 verlangt een toereikend niveau van AI-geletterdheid. Het boetekader reikt tot 35 mln. euro of 7 % van de wereldwijde omzet.
Vier vragen in plaats van één pauschaal antwoord
De indeling volgt niet de productcategorie. In de regel brengen deze vragen verder:
- Wie zet het in? Een gerechtelijke autoriteit of iemand namens haar — of een partij?
- Wat doet het? Een eng begrensde procedurele taak — of een beoordeling die een beslissing voorvormt?
- Blijft de menselijke beoordeling dragend — of vervangt het systeem haar feitelijk?
- Is er een tweede gebruik binnen het kantoor? Personeelsselectie, toegangsbeheer, kredietwaardigheid.
Grenzen van deze duiding
Deze tekst duidt een rechtssituatie, hij beantwoordt geen concreet geval: de indeling hangt af van uw gebruiksdoel, niet van de productnaam. Voorzichtigheid is geboden bij aanbieders die „AI-Act-conform" als keurmerk voeren: een dergelijk keurmerk kent de verordening niet. Houdbaar is alleen wat hij openbaart.
→ AI-transparantie · Systeemgrenzen · Compliance voor kantoren · De AI Act vanaf augustus 2026




